Rol van de ...

Iedereen die betrokken is bij het trainingsproces moet de sporter centraal stellen en heeft daarom een ondersteunende rol. Dat kan pas tot stand komen wanneer er een goede samenwerking is tussen trainers, familie, partner, club, federatie, vrijwilligers, dokter, kine, (sport)psycholoog …

… TRAINER

Trainingsaccenten:

  • Vormen van indirect leren gebruiken met de focus op het resultaat van de beweging
  • Zelfdiscipline moet worden aangemoedigd. De sporter moet ook de gevolgen van zijn gedrag aanvaarden. Ongewenst gedrag moet kort opgevolgd worden.
  • Correcte afspraken over doelen en verwachtingen
  • Richting en structuur geven blijft belangrijk
  • Geïndividualiseerde trainingsplanning
  • Resultaatgericht

Trainersdiploma:

Wedstrijd:

  • C-niveau: Instructeur B
  • B-niveau: Trainer B
  • A-niveau: Trainer A

Topsport: Trainer A, Topcoach

Kenmerken:

  • Interesse hebben voor de totale sporter
  • Gerichte en efficiënte communicatie
  • Open voor gedeelde verantwoordelijkheid met de sporter
  • Sterke technische bagage met oog voor detail
  • Kennis van jurering en reglementen
  • Resultaatgericht


… CLUB

Aandachtspunten:

  • Concreet financieel actieplan voor werking wedstrijdgroep(en)
  • Voor elke aangeboden wedstrijddiscipline is er minstens één hoofdtrainer (min. Instructeur B) en een coördinator. Deze functies kunnen eventueel door dezelfde persoon uitgevoerd worden.
  • De club organiseert een infomoment voor ouders en wedstrijdsporters bij aanvang van het seizoen met concrete club-, trainings- en wedstrijdinfo.
  • Stimuleren van overlegmomenten tussen ouders, trainers en externen (dokter, kine, psycholoog, diëtist …) met het oog op opvolging ontwikkeling sporters.
  • (interne) opleidingsmogelijkheden voor trainers, bestuurders en juryleden faciliteren.
  • De club heeft een vast opleidingstraject voor talentvolle sporters dat – indien van toepassing – disciplineoverschrijdend wordt toegepast.
  • Er is een veilige opbouw met een lage belasting voor het lichaam van de sporter (aanwezigheid van valkuilsituatie, crashmatten en gordels), alsook is de wedstrijdopstelling mogelijk voor alle wedstrijddisciplines die de club aanbiedt.
  • Voldoende trainingsuren faciliteren tijdens schoolweken en extra trainingsmogelijkheden tijdens vakanties (met respecteren van voldoende rust, richtlijn 6 weken)
  • Trainingsstage voor wedstrijdsporters faciliteren is wenselijk.
  • Waken over de verhouding sporters/trainers (richtlijn 8 sporters/teams/formaties per trainer.
  • Gezond en ethisch sportklimaat creëren waarin trainers en bestuur de gedrags- en ethische code ondertekenen en een aanspreekpunt Integriteit is aangesteld.

Taakomschrijving:

De verschillende actoren binnen de club (trainers, sporters, vrijwilligers, ouders, partners …) ondersteunen en faciliteren om samen de missie van de club te realiseren, waar de sporter in de best mogelijke omstandigheden kan sporten, aangepast aan zijn noden, wensen en mogelijkheden.

Het bestuur is de verbindende factor tussen de verschillende actoren.

… OUDER

Aandachtspunten:

  • Verwachtingen over de wedstrijdprestaties van de sporter moeten goed afgestemd worden met de sporter, trainers, club én ouders, zodat iedereen hetzelfde doel voor ogen heeft.
  • Emotionele ondersteuning: De sporter neemt veel verantwoordelijkheid voor zichzelf, maar het blijft heel belangrijk dat de ouders (en andere belangrijke personen in het leven van de sporter) onvoorwaardelijke steun en motivatie geven, ook als het even moeilijker gaat. Dat is noodzakelijk om te kunnen presteren en beleven.
  • Ouders kunnen een rol als vrijwilliger in de club op zich nemen.
  • Logistieke ondersteuning: Ouders zorgen meestal voor vervoer van en naar trainingen, wedstrijden en andere activiteiten. Ze betalen eveneens trainings- en wedstrijdkosten, trainingsbenodigdheden en andere kosten (bv. kinesist). Sommige sporters zullen in de loop van deze fase die taken geleidelijk aan op zich nemen.
  • Balans: De sporter plaatst zijn sportbeoefening op de eerste plaats naast school of werk. Ouders (of andere belangrijke personen in het leven van de sporter) kunnen de sporter ondersteunen in het vinden van een goed ‘evenwicht’ met andere verplichtingen en activiteiten.