Trainingscontext

Trainingssetting:

  • Een positieve en stimulerende trainingsomgeving
  • Een veilig sportklimaat waar ruimte is voor open communicatie
  • Training altijd op een constructieve manier afsluiten.
  • De trainer en sporter komen in deze fase meer naast elkaar te staan. Belangrijke beslissingen worden samen genomen.
  • Sporters krijgen meer verantwoordelijkheden in hun trainingsproces en moeten daarop gewezen worden.
  • Elke sporter volgt een individueel traject wat betreft opvolging van recuperatie, intensiteit krachttraining, blessurepreventieoefeningen …

Performance-setting:

  • De sporters doen mee om te winnen en/of hun persoonlijke doelen te behalen op wedstrijd.
  • Wedstrijddoelen worden in samenspraak bepaald en geven zin aan het trainingsprogramma.
  • Bij deelname aan internationale competities ligt de focus bij het leren presteren onder internationale reglementering.

Trainingsomvang

Er kunnen tot 48 trainingsweken per jaar ingepland worden.

De trainingstijd bestaat enerzijds uit het voorbereiden op wedstrijden en anderzijds uit het leren van nieuwe elementen of skills. Het aantal trainingsuren is belangrijk, maar hoe de trainingen worden ingevuld is nog belangrijker. Er moet aandacht zijn voor de totale sporter. Niet enkel discipline- of toestelspecifieke vaardigheden zijn belangrijk, ook fysieke ontwikkeling, houdingsscholing, coördinatietraining, preventietraining, choreografie, mentale training … moeten voldoende aan bod komen.

Gezond Sporten

Gezond sporten betekent meer dan blessurevrij sporten en is belangrijk voor élke sporter op elke leeftijd en op elk niveau. Op een gezonde enethisch verantwoorde manier aan de slag gaan, zorgt voor een veilige en aangename omgeving waar iedereen plezier en succes kan beleven.

Enkele belangrijke aandachtspunten in deze fase:

  • Gezonde voeding voor, tijdens en na de training: Het is noodzakelijk dat de sporter dagelijks alle noodzakelijke voedingsstoffen inneemt. Een gezond tussendoortje met een laag vet- en vezelgehalte voor de training is mogelijk. Tijdens de training is vochtinname essentieel. De juiste hoeveelheden voeding na de training kunnen het herstel bevorderen.
  • Hervatten na blessure: Het is aangeraden om de algemene conditie te onderhouden tijdens een revalidatieproces. Dat gebeurt steeds onder begeleiding en deskundig advies van de sportarts en/of kinesitherapeut. De volledige opvolging van een revalidatieprogramma is een bepalende factor voor het al dan niet oplopen van een hervalblessure.
  • Impact van school/werk: (School)werk kan een effect hebben op de belastbaarheid van de sporter doordat het tijd en energie vraagt. De trainer moet hiervan op de hoogte zijn, zodat de belasting van de training aangepast kan worden waar nodig.
  • Doping: Doping is de naam voor stoffen of methoden die (mogelijk) prestatiebevorderend zijn en/of (mogelijk) schadelijk voor de gezondheid en/of in strijd met de ‘Spirit of Sport’. Het bezit, gebruik of toedienen van doping is verboden.

Gezien het grote aantal trainingsuren, zijn volgende zaken aangewezen:

  • Screening naar eventueel onevenwicht in kracht en lenigheid. Dit zal blessures helpen voorkomen/verminderen.
  • Jaarlijkse medische controle van de algemene gezondheid (bloedanalyse/tandheelkundig onderzoek), aangevuld met sportspecifieke lichaamsscreening. Bij vrouwelijke sporters die menstrueren, moet het ijzergehalte gecontroleerd worden. Halfjaarlijks kan eventueel een opvolgingsscreening ingepland worden.

Sociaal aspect

De sporter wordt in deze fase behandeld als een volwassene. De trainer geeft richting en structuur aan het trainingsproces. De trainer en sporter komen naast elkaar te staan. De sporters kunnen volwaardig communiceren en initiatief nemen in een communicatieproces.

De trainer helpt de sporter bij het ontwikkelen van vaardigheden door zelfreflectie, emotionele debriefing en zelfregulatie. Daarnaast stuurt de trainer de sporter in het proces om de mentale voorbereiding van een competitie onder de knie te krijgen: visualisatie, concentratie, emotionele controle, positieve zelfspraak en relaxatie.

Indien er ambitie is om door te stromen naar de fase Toptraining, kan hier mediatraining geïntroduceerd worden.

Plannen & periodiseren

In de fase Wedstrijdtraining is een optimale periodisering belangrijk. Sporter en trainer werken naar wedstrijden toe om te presteren. Er wordt bepaald welke wedstrijden als voorbereiding dienen en op welke wedstrijden men wil presteren. Op die manier wordt er toegewerkt naar de ‘piek’wedstrijden. Op die wedstrijden wil je fysiek, mentaal én sportspecifiek op je best zijn en voldoende vertrouwen hebben in jezelf om optimaal te kunnen presteren. Bij sporters die ambities hebben voor Europese en Wereldkampioenschappen of zelfs Olympische Spelen ligt de focus in deze fase nog iets minder op de prestaties, maar kaderen ze in een meerjarenplan dat hen voorbereidt op internationaal presteren in de fase ‘Toptraining’.

Op MICRONIVEAU zijn in de weekplanning grote schommelingen mogelijk wat betreft het aantal trainingsuren én de trainingsindeling, zeker bij sporters die een hoog aantal trainingsuren per week uitvoeren. Het blijft belangrijk om voldoende af te wisselen tussen zware, matige en lichte trainingen. Doordat de sporters in de fase Wedstrijdtraining biologisch matuur zijn, kunnen heel intense kracht- en uithoudingstrainingen heel efficiënt zijn, op voorwaarde dat er voldoende rust ingelast wordt om de trainingsadaptaties te ontwikkelen.

Op MESONIVEAU blijft men de trainingen bij voorkeur periodiseren volgens een 2:1 of 3:1 ratio, waarbij om de 2 of 3 weken één relatieve rustweek wordt ingelast (zoals in de fase Doorgedreven training). De verschillende trainingsperioden van 4 tot 8 weken zullen inhoudelijk sterk variëren gedurende het seizoen, afhankelijk van de periode in het jaarplan en het type kracht en conditie dat getraind wordt. Bij sporters met minder trainingsuren (5 à 8) zal die variatie kleiner zijn. Hun periodisering van kracht en conditietraining zal minder uitgesproken zijn en eerder beperkt blijven tot accenten in de specifieke kracht- en conditietraining.

Op MACRONIVEAU is er niet zo’n groot verschil ten opzichte van de voorgaande fase Doorgedreven training wat periodisering betreft. Een volwaardige opbouw met periodisering van kracht en uithouding, en het aanpassen van intensiteit en eventueel ook aantal trainingsuren gedurende het seizoen zijn essentieel om optimaal te kunnen presteren. De intensiteit en het aantal trainingsuren nemen toe in de loop van het seizoen en nemen af vlak voor de wedstijden. Op die manier kan de sporter recupereren om vervolgens optimaal te presteren. Aangezien verschillende disciplines zeer technische sporten zijn, zal het aantal trainingsuren niet sterk dalen, maar zal dit vooral tot uiting komen door minder intense kracht- en conditietraining.

Een slim ingebouwde stageweek kan een supercompensatie (winst in trainingsresultaat) uitlokken, op voorwaarde dat het lichaam voldoende mogelijkheid krijgt om te recupereren. Dit noemt men ‘functional overreaching’: de sporters trainen eerst zwaar om vermoeidheid op te stapelen en moeten daarna voldoende recupereren. Daardoor krijgen ze een boost in fysieke paraatheid. De mogelijkheid tot recuperatie is hierbij essentieel om het lichaam de kans te geven om te verbeteren. Met andere woorden: een zware stageweek is goed, op voorwaarde dat er nadien voldoende rust is. Idealiter zijn dat een drietal dagen volledige rust, gevolgd door lichtere trainingen de rest van de week.

Bekijk hier een voorbeeld van opbouwbelasting in de loop van het seizoen bij een 16-jarige sporter die 12 uur per week traint. De belasting is een combinatie van het aantal trainingsuren en de intensiteit, en is arbitrair ingeschat. Zwarte balken zijn wedstrijdweken, oranje balken zijn trainingsweken, oranje geblokte balken zijn stageweken. Witte balken zijn de relatief rustigere weken. Je ziet een sterke variatie van 2:1, 3:1 en zelfs 4:1 met het oog op wedstrijden, stages en vakanties.

Activiteiten naast training

Trainingen vergen de meeste tijd van de sportbeoefening. Daarnaast kan de sporter nog extra activiteiten doen die zijn (sport)beleving en ontwikkeling stimuleren.

Mogelijke activiteiten tijdens de fase Wedstrijdtraining zijn:

  • Provinciale, Vlaamse, nationale en internationale wedstrijden
  • Trainingsstages
  • Regionale trainingen
  • Cluboverschrijdende evenementen
  • Speciale optredens en demo’s (club, provinciaal en nationaal)
  • Selectietesten (In het kader van van topsport)