Trainingscontext

De Actieve start is voor kinderen de eerste kennismaking met sporten in groep en in clubverband. Opdat deze fase een basis kan vormen tot levenslang sporten, moet plezier beleven aan sporten, spelen en bewegen steeds centraal staan. Laat een kind zijn eigen weg in de breedmotorische ontwikkeling volgen op zijn eigen tempo. Is een kind ergens nog niet aan toe? Forceer dan niets, maar stimuleer het en daag het uit! De meeste kinderen sporten in deze fase eenmaal per week in een club. Dit wordt bij voorkeur gecombineerd met andere vrijblijvende beweegactiviteiten (buiten spelen, wandelen, fietsen …).

Trainingsomvang

  • Baby/peuter-ouderturnen: 1 x per week 30-45 min.

  • 3-4 jaar: 1 of 2 x per week tot 1 uur sporten

  • 5-6 jaar: 1 of 2 x per week 1 uur sporten, bijkomende derde training is mogelijk

Combinatie met andere sporten/beweegactiviteiten is wenselijk

Activiteiten naast training

Trainingen vergen de meeste tijd van de sportbeoefening. Daarnaast kan het kind nog extra activiteiten doen die zijn (sport)beleving en ontwikkeling stimuleren.

Mogelijke activiteiten tijdens de Actieve start zijn:

  • Toonmoment in de club met beloning voor inzet
  • Clubactiviteiten voor het gezin
  • Een actieve levensstijl naast de sportlessen: leren fietsen, wandelen, watergewenning, buiten spelen …

Gezond Sporten

Gezond sporten betekent meer dan blessurevrij sporten en is belangrijk voor élke sporter op elke leeftijd en op elk niveau. Op een gezonde enethisch verantwoorde manier aan de slag gaan, zorgt voor een veilige en aangename omgeving waar iedereen plezier en succes kan beleven.

Enkele belangrijke aandachtspunten in deze fase:

  • Brede motorische ontwikkeling: Een brede basis van motorische vaardigheden stimuleert het zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld. Dit is bovendien noodzakelijk als fundament om in eender welke discipline of sport optimaal te kunnen doorgroeien.
  • Actieve levensstijl: Een actieve levensstijl is belangrijk van kleins af aan. Elke dag moet een kind voldoende bewegen en niet te veel stilzitten. Ouders moeten hier het goede voorbeeld geven omdat jonge kinderen dat gedrag kopiëren.
  • Belang van (eerste) positieve ervaring in de sport: Om te bereiken dat iemand zijn leven lang blijft sporten, is het essentieel dat de eerste ervaring met sport positief is. Daarom mag bij jonge kinderen geen focus gelegd worden op prestatie. Plezier beleven moet centraal staan en inzet en beweging moeten worden gestimuleerd.
  • Veiligheid vs. risico: Het is belangrijk dat kinderen aanvaardbare risico’s nemen tijdens het sporten, spelen en bewegen. Hierdoor leren ze hun eigen grenzen kennen en verleggen. Ouders en trainers kunnen hierin ondersteunen – zodat het veilig kan verlopen – maar mogen niet alle risico’s wegnemen.

Sociaal aspect

In het begin spelen ze eerder naast elkaar, maar in de loop van de periode van de Actieve start (mede door ervaringen op school en tijdens buitenschoolse activiteiten) leren ze om uiteindelijk met elkaar te spelen. Spel is dé manier voor kinderen om met elkaar om te leren gaan en sociale regels te leren. Naar het einde van de fase ontwikkelen ze hun eerste echte vriendschappen. Daarom is het belangrijk dat kinderen in de Actieve start spelend bewegen en ontdekken. Samen bewegen en leren samen spelen moet worden gestimuleerd door de trainer vanaf de leeftijd van 2,5-3 jaar.

Kleuters leren geleidelijk omgaan met hun gevoelens. Ze kunnen dat nog niet alleen en hebben daarbij steun nodig van volwassenen. Trainers ondersteunen de kleuters in het leren herkennen van gevoelens, benoemen, accepteren en uiten. Omdat dit een lang proces is, kan het al eens mislopen en leiden tot frustratie bij het kind. Dit uit zich soms in driftbuien of ander gedrag dat nu en dan als storend ervaren wordt. Het is belangrijk dat een kind leert zijn emoties op een sociaal geaccepteerde manier te uiten. Dat betekent dat een kind mag weten dat het eens boos mag zijn op de trainer, maar die niet uit mag schelden.

Omdat dit geen gemakkelijk leerproces is, leidt dit soms tot frustraties bij de kinderen die ze uiten onder de vorm van driftbuien of ander gedrag dat door de trainer soms als storend ervaren wordt. De trainer moet enerzijds kordaat reageren op dat gedrag door aan te geven wat er fout is én alternatief gedrag voor te stellen. Anderzijds moet de trainer ook op zoek gaan naar de onderliggende – vaak onzichtbare – oorzaak van dat gedrag en daarop proberen in te spelen. Heel belangrijk om dat hele proces mogelijk te maken, is dat de trainer geborgenheid biedt aan het kind.

Wat mag je aan het einde van de Actieve start op sociaal-emotioneel vlak verwachten van een kind?

  • Op zijn beurt wachten
  • Nieuwe dingen proberen
  • Doorzetten als iets niet lukt
  • Samenspel gaat steeds beter, want de kleuter leert steeds meer rekening te houden met anderen
  • Niet alleen zijn eigen emoties, maar ook die van een ander leren herkennen
  • Het ontwikkelen van een helder zelfbeeld
  • Hulp kunnen vragen en bieden
  • Nee accepteren
  • Leren omgaan met teleurstellingen
  • Voor zichzelf opkomen, compromissen sluiten, onderhandelen

Plannen & periodiseren

Jonge kinderen moeten worden uitgedaagd door verschillende bewegingssituaties aan te bieden, maar tegelijkertijd houden ze ook van herhaling en is (les)structuur essentieel. Spelvormen, opdrachten of bewegingsomlopen die warm onthaald worden door de kleuters, mogen dus zeker in een andere les herhaald worden. Een vast ritueel bij de start en aan het einde van de les geeft de kinderen een houvast.

Door elke les opnieuw een stimulerende omgeving te creëren waarbij veel verschillende bewegingsvaardigheden via opbouwende oefeningen aan bod komen, kunnen kleuters vooruitgang maken en dus leren. Om dat gestructureerd te kunnen aanpakken, is een jaarplan noodzakelijk. In een jaarplan wordt namelijk vastgelegd wanneer op welke bewegingsthema’s en bewegingsdomeinen de focus ligt en wanneer specifieke thematrainingen worden ingepland. Op die manier kan je waken over een evenwichtig en gevarieerd aanbod van alle noodzakelijke motorische basisvaardigheden in verschillende organisatievormen.