Trainingscontext

Het sporten gebeurt in een ongedwongen setting en elke sporter gaat met een glimlach naar huis. De meeste kinderen sporten eenmaal tot driemaal per week in clubverband.

De sporters maken kennis met het materiaal en de toestellen (airtrack, springtouwen, trampoline, herenbrug ...) gelinkt aan de verschillende disciplines binnen gymnastiek.

Trainingsomvang

De richtlijn wat betreft het aantal trainingsuren voor kinderen tot 9 jaar is dat ze niet meer uren mogen trainen dan hun leeftijd. De combinatie met andere activiteiten/sporten op regelmatige basis is belangrijk.

Afhankelijk van het feit of de sporter gaat voor een recreatieve sportcarrière (doorstroom naar Voor altijd Sportief) of zich voorbereidt op een mogelijke competitieve loopbaan (overstap naar Gerichte training), kunnen het aantal trainingsuren en de trainingsfrequentie verschillen.

  • Basisvorming met het oog op fase Voor altijd sportief
    • 1 tot 3 x per week
    • Een les duurt 1,5 tot 2 uur
  • Basisvorming met het oog op fase Gerichte training
    • 2 tot 4 x per week
    • Een les duurt 1,5 tot 3 uur

Het aantal trainingsweken per jaar is 30 tot 46 weken. Een stageweek kan een leuk extraatje zijn, geen verplichting. Op die manier blijft er in de vakantie ruimte om vrij te spelen en deel te nemen aan andere activiteiten.

Gezond Sporten

Gezond sporten betekent meer dan blessurevrij sporten en is belangrijk voor élke sporter op elke leeftijd en op elk niveau. Op een gezonde enethisch verantwoorde manier aan de slag gaan, zorgt voor een veilige en aangename omgeving waar iedereen plezier en succes kan beleven.

Enkele belangrijke aandachtspunten in deze fase:

  • Veilige omgeving: Het materiaal is aangepast aan de leeftijd van de sporter, zodat elke sporter op een veilige en uitdagende manier kan sporten. Afspraken rond gebruik van materiaal en veiligheidsmaatregelen in de sporthal worden in deze fase aangeleerd aan de sporters.
  • Fair play: Het aanleren van spelregels en deze op een sportieve manier respecteren worden in deze fase aangeleerd. De trainer speelt hier een belangrijke rol in. Het naleven van spelregels en het respectvol omgaan met medesporters zijn zaken waar blijvend over gewaakt moet worden.

Sociaal aspect

Kinderen gaan in deze fase van individueel spel naar met elkaar spelen. Spel is nog steeds dé manier voor kinderen om met elkaar om te leren gaan, hun sociale vaardigheden verder te ontwikkelen en te leren wat correct en aanvaardbaar sociaal gedrag is. Spelen, bewegen en leren gaan dus hand in hand.

Het lichaam van het kind verandert doordat het andere hormonen in zijn lijf krijgt. Maar die hormonen hebben ook invloed op de gevoelens: het ene moment is het blij, en het volgende moment is het somber. Het kind is een ‘prepuber’ die zich voorbereidt op de puberteit of bij wie de puberteit aanvangt. Er zijn grote individuele verschillen wanneer die overgang zich emotioneel uit. De trainer moet zich bewust zijn van de grote individuele verschillen om te kunnen inspelen op de veranderende emoties van prepubers, zonder hen als een kind te behandelen.

Kinderen hebben al meer besef van deze emoties. Het blijft echter een werkpunt om op een juiste manier om te gaan met die emoties. De trainer kan hen daarin ondersteunen en begeleiden.

In deze fase worden de begrippen vriendschap en samenwerking belangrijk. Er wordt een groepsgevoel gecreëerd. Het aangename sociale contact met trainingsgenoten wordt een van de bepalende factoren in de verdere sportcarrière. Aan de andere kant kunnen ze snel hun mening klaar hebben over andere kinderen. Respect voor elkaar hebben is daarom een belangrijk doel tijdens de sportlessen.

Plannen & periodiseren

Kinderen worden uitgedaagd om te leren door te bewegen. Een afwisseling van verschillende spelvormen, opstellingen met gerichte opbouwende oefeningen ... bieden een uitdagend aanbod voor de sporters. Een jaarplan is een goed hulpmiddel om dat gestructureerd aan te pakken. Het jaarplan zorgt ervoor dat alle bewegingsvaardigheden uit verschillende bewegingsthema’s (springen en landen, steunen en houdingen …) volgens een logische opbouw voldoende aan bod komen en de sporter zo een grote waaier aan vaardigheden leert.

Hierbij houden we rekening met het volgende:

  • De trainingen focussen op duurzame algemene ontwikkeling. Ze zijn niet wedstrijdgericht.
  • Activiteiten zoals een demonstratie kunnen worden opgenomen in de planning. De trainingen zijn opbouwend en voorbereidend.
  • Het is wenselijk dat sporters de trainingen combineren met andere fysieke activiteiten.

Activiteiten naast training

Trainingen vergen de meeste tijd van de sportbeoefening. Daarnaast kan de sporter nog extra activiteiten doen die zijn (sport)beleving en ontwikkeling stimuleren.

Tijdens de fase Basisvorming zijn er geen formele competities voor sporters. Tot en met de leeftijd van 8 jaar is een sfeervol toonmoment een ideale activiteit. Vanaf 9 jaar kan er aan een toernooi of clubkampioenschap deelgenomen worden zonder focus op de ranking. De oefeningen en proeven moeten beheerst en veilig zijn, zodat de sporters vol enthousiasme en zelfvertrouwen kunnen tonen wat ze kunnen. Een (eerste) leuke ervaring is het hoofddoel.

Tijdens de fase Basisvorming zijn deze activiteiten aangeraden:

  • Demonstraties tijdens de training
  • Clubactiviteiten: Clubhappening, , opendeurdag in de club …
  • Toonmoment: minidemonstratie, Gymtopia happening (7-8-jarigen), Recreatoernooi & I-niveau (vanaf 9 jaar), Special Olympics, lokale show …
  • Als kleine ‘assistenten’ deelnemen aan activiteiten: voorloper op een wedstrijd, medailles aanreiken …
  • Andere sporten en buitenschoolse activiteiten zijn wenselijk